Text Size

Katten gedrag

Katten gedrag

In deze nieuwe serie vertelt dierenarts Chris Polanen over normaal kattengedrag en probleemgedrag.

Voordat we probleemgedrag kunnen begrijpen, moeten we weten wat het natuurlijk gedrag is van een kat. Ook hoe mensen en de huiselijke omgeving dat natuurlijk gedrag beïnvloeden.

We moeten proberen de evolutie van de kat te begrijpen, de omgeving waarin de voorouders van de kat moesten overleven en hoe het gedrag door domesticatie is veranderd.

De voorouders van de gedomesticeerde kat.

africanwildcatDe voorouder van de kat was vrijwel zeker de Afrikaanse wilde kat die op de savanna's in het Midden Oosten, met name in Egypte leefde.

Deze kat komt in dit gebied nog steeds voor en lijkt op een tabby gedomesticeerde kat, maar is zandkleurig en minder gestreept. Het is een solitaire nachtelijke jager die een vrij groot territorium nodig heeft, omdat de kleine knaagdieren waar hij op jaagt, vrij schaars zijn.

De gedomesticeerde Europese kat is mogelijk ontstaan na een vermenging van de Afrikaanse en de Europese wilde kat. Deze Europese kat leeft nog in de Schotse hooglanden en in grote bosrijke gebieden verspreid over Europa.

Domesticatie

De domesticatie van de kat begon waarschijnlijk in Egypte, toen de mens graan begon op te slaan voor het voeren van vee. Deze opslagplaatsen trokken kleine knaagdieren aan die op hun beurt weer katten aantrokken. De mensen die profiteerden van de kat als ongediertebestrijder, moedigden haar aanwezigheid in en rond hun nederzettingen aan. Deze belangrijke rol was er waarschijnlijk de oorzaak van dat de kat een belangrijk symbool werd in de Egyptische cultuur. Grote groepen katten werden geïsoleerd van de wilde populatie katten en hierdoor versnelde het domesticatieproces aanzienlijk.

the_egyptian_mau

De gedomesticeerde katten ontwikkelden niet alleen een tolerantie tegenover mensen, maar omdat ze ook veel dichter bij elkaar leefden, vond er automatisch een selectie plaats op tolerantie tegenover soortgenoten.

De kat heeft twee rollen in onze moderne maatschappij. De traditionele rol als ongedierte bestrijder en die van gezelschapsdier. Deze rollen heeft ze sinds de domesticatie gehad en er is hierna geen noodzaak geweest om haar uiterlijk en gedrag te veranderen. In tegenstelling tot de hond die voor verschillende doelen gebruikt werd, met als gevolg een grote variatie in fysieke verschijningsvorm. Er is ook minder controle geweest op het voortplantingsgedrag van de kat dan dat van de hond. Gedomesticeerde poezen werden en worden nog vaak gedekt door wilde of verwilderde katers. De grootste fysieke veranderingen hebben plaatsgevonden bij de raskatten, die ook verschillend gedrag hebben ontwikkeld met de daarbij behorende gedragsproblemen.

Zintuigen

De omgeving waarin de voorouder van de huiskat leefde, beïnvloedde niet alleen haar

gedrag, maar ook de perceptie van de wereld. De zintuigen van de kat zijn ontwikkeld om succesvol op knaagdieren te kunnen jagen bij schemerlicht. Communicatie met soortgenoten moest op grote afstand gebeuren. Heel andere zintuigen dan de mens die zich ontwikkelde als een groepsjager bij daglicht. Een kat kan dus heel andere informatie uit zijn omgeving halen

dan zijn eigenaar. Dit kan leiden tot verkeerd begrijpen van kattengedrag.

Het evenwichtsorgaan van de kat is erg nauwkeurig en gevoelig voor beweging. Hierdoor kan de kat zo goed balanceren en haar hoofd stil houden tijdens de jacht.

Het gehoor van de kat is gevoeliger dan dat van de mens en heeft een groter bereik dan dat van de mens. Een kat hoort 10.5 octaven, beduidend meer dan de mens die 9.3 octaven hoort. Ook hoort de mens minder hoge en lage tonen.

Een kat ziet beter bij schaars licht dan een mens doordat het netvlies gevoeliger is. De pupil kan bovendien wijder geopend worden dan die van het menselijk oog en ook sterker verkleind worden. Door de pupil te verwijden laat de kat meer licht toe in het oog. Door de pupil te verkleinen, wordt het gevoelige netvlies beschermd tegen te fel licht.

Katten kunnen beter objecten van ver zien dan van dichtbij en vooral bewegende objecten.

Waarschijnlijk zien katten kleuren minder goed dan wij. Aangetoond is dat ze de kleuren groen en blauw waarschijnlijk wel zien, maar rood niet.

Het reukvermogen van de kat is veel beter ontwikkeld dan dat van de mens en erg belangrijk.

Het is niet alleen essentieel bij de jacht, maar ook voor communicatie op afstand tussen

soortgenoten. Een kat gebruikt geurklieren ook om boodschappen voor zichzelf achter te laten in verschillende delen van haar territorium. Voor een kat zijn de geuren in de omgeving veel belangrijker dan voor de mens en dit maakt hun gedrag voor ons soms moeilijk te begrijpen.

Sociale structuren

De kat is geëvolueerd als een solitaire jager en een territorium is dus van levensbelang.

Conflicten met soortgenoten worden zoveel mogelijk vermeden, omdat lichamelijk letsel opgelopen tijdens een gevecht, voor een jager fataal kan zijn.

Toch kunnen katten ook sociale dieren zijn en onder de juiste omstandigheden kunnen grote groepen katten vreedzaam samenleven. De kern van deze groepen bestaat meestal uit poezen die familie van elkaar zijn en hun kittens. Katers leven aan de rand van deze groepen en hebben een territorium dat meerdere groepen poezen overlapt. Een groep katten zal onder natuurlijke omstandigheden niet groter worden dan de beschikbare voeding, rust en slaapplaatsen toelaat.

Onder gedomesticeerde omstandigheden kunnen katten hechte sociale banden ontwikkelen.

Dit gebeurt het makkelijkst tussen nestgenoten of kittens die samen opgegroeid zijn.

De sociale band wordt onderhouden door vaak tegen elkaar te wrijven, zodat de geuren gemengd en uitgewisseld worden. Alle leden van de groep hebben dan hetzelfde geurenpatroon. Het introduceren van een nieuwe kat in een groep katten veroorzaakt veel stress onder zowel de nieuwe kat als de leden van de groep. Een nieuwe kat wordt namelijk als een bedreiging gezien en dit kan leiden tot gedragsproblemen zoals sproeien of onzindelijkheid. Een grote groep katten in een beperkte ruimte, een wisselende kattenpopulatie en onvoldoende toegang tot voeding of rustplaatsen zijn veel voorkomende oorzaken van stress bij katten.

Communicatie

Hoe communiceren katten met elkaar? Als wij dat begrijpen kunnen wij waarschijnlijk beter met onze katten communiceren. In dit artikel vertelt dierenarts Chris Polanen over de verschillende manieren waarop katten met elkaar en met mensen communiceren.

Met geuren

Chemische boodschappen achterlaten is een primitieve methode van communiceren.

Deze boodschappen hebben drie kenmerken: ze zijn erg individueel, kunnen zich verspreiden over grote afstand en kunnen lang aanwezig blijven. Katten laten boodschappen achter op

plaatsen, waar soortgenoten voorbij zullen komen. Deze boodschappen vertellen welk dier ze achterliet, op welk tijdstip dit gebeurde en hoe de emotionele toestand van de boodschapper was. Ze helpen katten afstand van elkaar te houden en zo conflicten te vermijden.

De vorm van geurcommunicatie die de meeste problemen geeft tussen mens en kat is het urine sproeien. Sproeien is normaal kattengedrag, waarbij een geurboodschap achtergelaten wordt voor de sproeiende kat zelf, voor katten binnen de sociale groep en katten buiten de groep. Het is complex gedrag waarbij de geurstoffen waarschijnlijk variëren met de emotionele toestand van de sproeier. De sproeiende kat kan een signaal voor zichzelf achterlaten om er aan herinnerd te worden dat hij dat deel van de omgeving associeert met iets onplezierigs.

Katten communiceren ook met een grote hoeveelheid andere geuren waar we nog weinig over weten. Ze hebben vele geurklieren in de huid die ze tegen andere katten aanwrijven, tegen objecten en tegen mensen. Deze klieren zitten langs de bek, op het voorhoofd, op de staart en in de voetjes.

Het kopjes geven vindt vooral plaats in het centrum van het territorium en houdt verband met prettige bezigheden en vragen om aandacht. Als een kat een kopje geeft, laat hij waarschijnlijk voor zichzelf de boodschap achter dat hij zich prettig voelt in dat gebied.

Krabben

Het krabben aan bomen, wanden, banken etc. heeft ook een markeerfunctie, zowel visueel als door de geur afgescheiden door de geurklieren in de voetjes. Krabben is ook om de nagels te onderhouden, poten, schouders en rug te strekken. Ook om de spieren en pezen te oefenen die gebruikt worden om de nagels tijdens de jacht in en uit te trekken. De plek die een kat kiest om te krabben hangt dus af van de motivatie om een geursignaal achter te laten en die om hun nagels te onderhouden. De plek om te krabben moet hoog genoeg zijn om rechtop op de achterpoten te staan, stabiel genoeg om tegen te leunen en liefst een oppervlakte met een verticale structuur.

Visueel

Katten kunnen niet zo goed met visuele signalen communiceren als de meer sociale diersoorten. Ze hebben niet de gezichtsspieren die subtiele veranderingen in expressie mogelijk maken zoals de hond. Twee honden kunnen in een heftig gevecht verwikkeld lijken, maar na afloop geen schrammetje hebben. Zelfs in de hoogst oplopende conflicten kan de ene hond zich overgeven en de agressie van de ander zal plotseling verdwijnen. Katten kunnen dit niet, ze kiezen dus voor agressie of ontwijking in deze situaties.

De visuele signalen die een kat geeft zijn meestal een heftige respons op een bedreiging.

Net als bij andere diersoorten zijn er bij de kat actieve responders en passieve responders. Actieve responders krommen hun rug, laten hun haren overeind staan en laten tanden en nagels zien. Inactieve responders duiken in elkaar met haren plat tegen het lichaam. Beide types houden de oren plat, aangezien deze makkelijk verwond raken. Of een dier actief of passief reageert is deels genetisch bepaald, deels aangeleerd. Een kat leert namelijk uit ervaring welk gedrag onder bepaalde omstandigheden succesvol is.

De staart is waarschijnlijk het meest expressieve lichaamsdeel van de kat. De belangrijkste staartposities zijn de vriendelijke verticale staart, de inactieve staart en de boze zwiepende staart. Onderzoek heeft aangetoond dat een kat zijn staart in een verticale positie brengt voordat hij of zij haar partner benadert.

Met geluid

Katten communiceren weinig met geluiden. Kittens maken verschillende soorten geluiden waar de moeder op reageert. Deze geluiden verdwijnen geleidelijk als ze ouder worden.

Luide geluiden met de mond open, zoals grommen worden gemaakt tijdens agressieve confrontaties. Het blazen is een defensief geluid. Dan zijn er nog de indringende geluiden die katers en poezen maken als ze elkaar roepen elkaar tijdens de krolsheid.

Spinnen wordt over het algemeen gezien als een teken van tevredenheid. Katten doen het als ze op schoot zitten en geaaid worden door hun eigenaar, moederpoezen doen het terwijl ze zogen. Katten spinnen zowel als ze elkaar ontmoeten als wanneer ze alleen zijn. Ze doen het als ze tegen een object aanwrijven, wanneer ze op de vloer rollen op een favoriet plekje en vlak voor ze in slaap vallen. Ook katten die hevige pijn hebben spinnen soms.

Spinnen wordt door gedragsdeskundigen in verband gebracht met een emotionele staat, positief of negatief.

Miauwen doet een kat vooral tegen zijn eigenaar. Een kat leert op welk geluid de eigenaar het best reageert. Een kat kan dus leren dat een lange miauw eten oplevert en na een korte het baasje de deur opent.

Leren en socialisatie

De basiseigenschappen van een individuele kat worden sterk beïnvloed door zijn omgeving.

Dit gebeurt vooral gedurende de zogenaamde socialisatie fase. Studies wijzen uit dat deze begint rond twee tot drie weken leeftijd en duurt tot de leeftijd van zeven tot acht weken.

In deze periode worden nieuwe zenuwcellen gevormd die binnenkomende informatie koppelen aan bepaalde emoties en gedrag. Ervaringen in deze periode hebben een sterke invloed op gedrag gedurende het latere leven. De kat leert in deze weken wat normaal is.

Groeit een kat op in een omgeving waarin hij de rest van zijn leven zal doorbrengen is

dit een goede basis. Hij leert bijvoorbeeld hoe met mensen om te gaan en wat een kattenbak is. Verschilt de omgeving waarin de kat later terechtkomt heel erg met de omgeving waarin hij of zij opgroeide, kan dit problemen opleveren. Een goed voorbeeld zijn katten die als kitten nooit met kinderen of in contact zijn geweest en altijd bang blijven in hun aanwezigheid. Het wordt geadviseerd kittens elke dag een uur met kinderen laten spelen. Het beste is het als de kittens met verschillende typen kinderen( en van verschillende leeftijden)in contact komen. Belangrijk is ook dat kittens met andere katten dan de moeder en met honden in contact komen tijdens deze periode. De kans is immers groot dat ze ooit in hun leven met katten of honden samen moeten leven.

Kittens treden vreemde voorwerpen of dieren op deze leeftijd zonder veel angst tegemoet, vooral in aanwezigheid van een goed gesocialiseerde moederpoes.

Omgaan met mensen is voor een kat niet zo vanzelfsprekend als wij denken. Mensen vertonen 'lage frequentie-hoge intensiteit' gedrag naar katten toe. Dat wil zeggen dat ze een kat een paar keer per dag op schoot nemen/aaien/optillen/knuffelen etc. Katten vertonen echter 'hoge frequentie-lage intensiteit'gedrag naar katten en mensen toe. Een kat wil dus heel vaak 'hallo' zeggen en gewoon doorlopen. Daarbij komt nog dat optillen door een kat als bedreigend wordt ervaren, omdat hij dan alle controle kwijt is. Tijdens de socialisatie moeten kittens dan ook vaak opgetild worden en zachtjes in bedwang gehouden worden.

Sommige katten hebben van nature weinig behoefte aan sociaal contact en voor deze katten kan een enthousiaste begroeting die met fysiek contact gepaard gaat, bedreigend overkomen.

Onderzoek wijst uit dat timide kittens later minder sociaal zijn dan hun meer spontane nestgenoten.

Een kat leert natuurlijk ook nog gedurende de rest van zijn leven. In bepaalde situaties wordt gekozen voor een bepaalde reactie. Deze reactie is sterk afhankelijk van genetische factoren en wat geleerd is tijdens de socialisatie periode. Als deze succesvol is zal de kat in de toekomst weer die reactie vertonen, zo niet, zal voor een andere reactie gekozen worden.

Bron: lezing Rachel Casey(University of Bristol) Feline Congress 2007,European society Feline Medicine.

honden_opzij_06.jpg
katten_opzij_04.jpg